Circusbeleid gemeenten

Regelmatig ontvangt de VNCO van gemeenten aanvragen voor advies ten behoeve van het op te stellen gemeentelijk circusbeleid. De VNCO is voorstander van een dergelijk vastgesteld beleid met name om uniformiteit te creëren. Gemeenten en circussen weten op deze manier dan gelijk waar ze aan toe zijn. Onderstaand volgen een aantal bouwstenen die van belang zijn voor het opstellen van een circusbeleid door een gemeente. Vanzelfsprekend blijft de VNCO bereid om met gemeenten van gedachten te wisselen over de inhoud en de uitvoering van het circusbeleid.

 

Aantal vergunningen per jaar

Voor veel mensen is het bezoek aan een circus iets bijzonders. In het algemeen kan worden gesteld dat per jaar de bezoekers van een circus dit niet vaker doen dan 1 à 2 keer per jaar. Dit kan bijvoorbeeld in het zomerseizoen een reizend tentcircus zijn en in de winter een kerst/wintercircus. Gemeenten met minder dan honderdduizend inwoners adviseren wij om niet meer dan 2 à 3 vergunningen per jaar af te geven voor het houden van circusvoorstellingen. Op deze wijze wordt verantwoord omgegaan met het aanbod van circussen en de vraag.

 

De periode tussen het optreden van verschillende circussen

Ten behoeve van een goede marktwerking is het van belang dat er tenminste zes weken zit tussen het optreden van verschillende circussen of evenementen. Dit omdat de doelgroep ten dele gelijk is. Bijvoorbeeld voor kermissen, optredens in de open lucht (hoogdraadgroepen), stuntshows met auto’s en motoren en ijsshows etc.

Het is belangrijk dat een ambtenaar betrokken bij de evenementenvergunning een aanvragend circus ook informeert over andere evenementen in de gemeente, zodat het circus kan bepalen of de aan het circus aangeboden periode voor het geven van voorstellingen passend is en niet te dicht op andere evenementen zit.

 

Reizende tentcircussen

Om een beeld te geven over wat voor omvang wij praten bij reizende tentcircussen volgt onderstaand een overzicht van de types rondreizende tentcircussen.

  1. Een circus met een tent met minder dan vierhonderd zitplaatsen. De omvang van een dergelijk circus leent zich bijvoorbeeld voor een familiebedrijf (waar nagenoeg alles door de familie zelf gedaan wordt), maar kan natuurlijk ook bestaan uit een samenstelling van diverse artiesten wat met name voorstellingen geeft in kleinere plaatsen, voorsteden of wijken van een grotere stad.

  2. Een circus met een tent met een omvang van vierhonderd tot duizend zitplaatsen. De omvang van een dergelijk circus heeft natuurlijk een grotere standplaats nodig. Vaak zie je dit soort circussen reizen met meerdere dierennummers in het programma en ingehuurde artiesten. Het optreden in wijken van grote steden is gezien de omvang lastig.

  3. Een circus met een tent met een omvang van meer dan duizend zitplaatsen. Dit soort circussen zie je met name in het buitenland. Het komt voor dat een dergelijk circus Nederlandse gemeenten aandoet in het kader van een tournee in Nederland. Ook hier worden veelal dierennummers getoond en gebruik gemaakt van ingehuurde artiesten. Voor een circus van deze omvang zijn eigenlijk alleen de (grotere) steden interessant. 

 

Nationaal/Internationaal circus

Vroeger werd vaak gedacht dat het goed is om in het beleid op te nemen dat in ieder geval 1 groot internationaal circus een vergunning wordt verleend voor het geven van voorstellingen. Tegenwoordig is het echter zo dat circussen die al langere tijd in Nederland functioneren dezelfde kwaliteit hebben als een internationaal circus. Soms wordt ten onrechte door een aanvrager de term internationaal of buitenlands gebruikt om een gemeente te bewegen een vergunning te verlenen. Natuurlijk is het voor de bezoekers van circussen van belang dat ze de mogelijkheid hebben een keuze te maken. Tot op heden was het beleid van gemeenten met name gericht om zo veel mogelijk verschillende circussen in hun gemeente voorstellingen te laten geven. Echter in deze tijd zie je steeds meer dat circussen een vast terugkerend patroon hebben en daarbij een vaste relatie met hun bezoekers opbouwen. Zo komt het voor dat bepaalde circussen al jaren lang op nagenoeg hetzelfde tijdstip in een jaar optredens verzorgen voor een vaste groep van bezoekers. Deze bezoekers gaan er zelfs vanuit dat het circus ook jaarlijks terugkeert op dezelfde plek.

 

Tijdstip van aanvraag van de vergunning

Het is zowel voor een gemeente als voor het circus van belang om tijdig te weten welke circussen in een volgend jaar in een gemeente kunnen optreden. Een tijdige aanvraag en behandeling van deze aanvraag leidende tot het wel of niet verlenen van een vergunning dient bij voorkeur te zijn afgerond voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waar de vergunning voor aangevraagd wordt. Voor een circus is het van belang dat zij tijdig weet wanneer een vergunning wordt verleend met name omdat een circus niet alleen een tournee moet samenstellen, maar mogelijk ook tewerkstellings-vergunningen en visa voor artiesten/medewerkers moet aanvragen.

 

Vergunning voor uitkopen/besloten voorstellingen

Het komt regelmatig voor dat een circus een vergunning aanvraagt voor zogenaamde ‘uitkoopvoorstellingen’. Een ‘uitkoopvoorstelling’ is een voorstelling voor een besloten groep van bezoekers. De kassa van het circus blijft gesloten. Een ‘uitkoopvoorstelling’ wordt vaak door bedrijven aangeboden aan medewerkers en/of relaties. Het circus sluit dan een overeenkomst met het bedrijf voor een specifieke voorstelling.

Bij het vaststellen van reguliere speelvergunningen dient naar het oordeel van de VNCO geen rekening te worden gehouden met de hiervoor omschreven ‘uitkoopvoorstellingen’.

 

Reclamebeleid

Een reizend tentcircus lijkt een “vluchtig” product. Het circus komt plotseling om voorstellingen te geven en vertrekt direct na de laatste voorstelling om vervolgens een jaar later (vanzelfsprekend als er een vergunning is verleend) weer terug te komen. Om voldoende aandacht te krijgen voor de voorstellingen die het circus in een bepaalde gemeente geeft is het van belang dat het circus de mogelijkheid krijgt haar komst en programma kenbaar te maken. Natuurlijk gebeurt dit tegenwoordig voor een groot gedeelte via internet (eigen website en facebook), huis-aan-huisbladen en de lokale/regionale pers. De ervaring heeft echter geleerd dat voor het verkrijgen van bezoekers het plaatsen van borden voorzien van affiches nog steeds noodzakelijk is. Overigens vinden wij dat deze borden ook onderdeel uitmaken van het circus.

Vroeger was er nog weleens sprake van het zogeheten “wildplakken”. Tegenwoordig heeft ieder reizend circus zelf borden die eenvoudig kunnen worden geplaatst/weggehaald. Wij menen dat het voor een reizend circus mogelijk moet zijn deze borden te plaatsen op basis van het circusbeleid van een gemeente. Vanzelfsprekend kan worden gedacht aan een combinatie van het plaatsen van borden (maximering) en het gebruik maken van reclame-uitingen op basis van een overeenkomst die een gemeente vaak heeft met een reclamebedrijf. Er zijn inmiddels gemeenten die het plaatsen van borden op deze wijze toestaan met name omdat circus gezien moet worden als onderdeel van onze cultuur en ook de ruimte moet krijgen zichzelf te presenteren.

 

Het evenemententerrein

Om de “huisvesting” van een circus op een goede manier te waarborgen is het noodzakelijk dat een gemeente beschikt over voldoende terreinen waar een circus kan staan, waarbij ook gedacht moet worden aan de Nutsvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld elektriciteit, water en riolering. Verder zal er voldoende parkeergelegenheid moeten zijn voor de bezoekers van het circus om ongewenste hinder voor direct omwonenden te voorkomen.

Om aan alle veiligheidseisen te kunnen voldoen, moet er voldoende ruimte zijn om de tent te kunnen plaatsen en het materiaal te kunnen parkeren (vrachtwagens, woonwagens, caravans etc.).

Bij de aanvraag zal het betreffende circus aangeven wat voor terrein (qua omvang en bijvoorbeeld verharding) minimaal nodig is voor het plaatsen van het circus en aanverwante zaken.

Vanzelfsprekend staat het een gemeente vrij voor het ter beschikking stellen van een terrein en voorzieningen kosten in rekening te brengen. Wel is het van belang dat rekening wordt gehouden met het feit dat het exploiteren van een circus weliswaar een bedrijfsvorm is, maar veelal niet ruimte biedt om omvangrijke kosten te voldoen. Er zijn gemeenten die ook hier rekening houden met het feit dat het circus tot onze cultuur behoort en de te betalen kosten etc. reduceert. Hetzelfde geldt voor legeskosten die in rekening worden gebracht bij het verlenen van de vergunning.

 

Ervaring met circussen

De VNCO en haar leden zijn aangesloten bij het zogeheten Ondernemingsdossier, ontwikkeld door het Ministerie van Economische Zaken. In het kort komt het Ondernemingsdossier erop neer dat in ons geval een circus in staat wordt gesteld om bepaalde informatie inzake de onderneming eenmalig beschikbaar te stellen aan overheden zoals bijvoorbeeld vergunningverleners. Een ondernemer bepaalt zelf welke overheden toegang hebben tot het Ondernemingsdossier. Inmiddels zijn er 59 gemeenten aangesloten bij het Ondernemingsdossier, hetgeen betekent dat bij het aanvragen van een vergunning door een circus bij een van deze gemeenten in 1 keer alle informatie beschikbaar is. Dit resulteert in niet alleen een betere naleving van de regels en vereenvoudiging van het toezicht, maar voor het circus is het ook eenvoudiger en kan men zich richten op het circus en haar voorstellingen.

Op basis van het Ondernemingsdossier kunnen gemeenten zien welke ervaringen andere gemeenten hebben met een circus wat op basis van een vergunning een voorstelling heeft gegeven in de betreffende gemeente.

Vanzelfsprekend is het voor de VNCO van belang ook door gemeenten geïnformeerd te worden over zowel positieve als negatieve ervaringen met circussen. Als het een negatieve ervaring met een lid van de VNCO betreft, zal de VNCO actief meewerken om met de betreffende gemeente en het circus tot een oplossing te komen.