Deel 2
Je moet met een dier de hele dag bezig zijn
Alberto Althof aan het woord. Interview Mike Leegwater
Een dierenman bij uitstek. Dat is Alberto Althoff (Apeldoorn, 1955). Toni Boltini is zijn oom en in diens circus groeide hij op als zoon van Boltini's zuster Jo (die door iedereen overigens tante Kitty wordt genoemd) en de Duitse dresseur Bubi Althoff. De jeugdige Alberto ontwikkelde zich als een begenadigd dresseur. Paarden en olifanten hebben voor hem geen geheimen meer. Maar ook vele andere diersoorten vonden een plaats in zijn stallen. Na de Boltinitijd werkte hij als zelfstandig ondernemer vele jaren achtereen in diverse Europese circussen. Op het hoogtepunt bestond zijn menagerie uit meer dan tachtig dieren. Van giraf tot neushoorn, van olifanten tot paarden en van exoten tot roofdieren. In de jaren negentig van de vorige eeuw startte hij zijn eigen circus. Aanvankelijk in Polen. Enkele jaren geleden keerde hij met deze onderneming terug naar Nederland en tegenwoordig is hij dus gewoon circusdirecteur. De meeste dierennummers zijn verkocht. Voor zijn programma contracteert hij deels dierennummers van buiten. Zelf beschikt hij nog over de neushoorn en over een door hemzelf in vrijheid gedresseerde kudde koeien. Want er mag dan wel 'circusdirecteur' op zijn visitekaartje staan, het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. Verknocht aan dieren; in hart en nieren dresseur.
Het samenstellen van een nummer met olifanten kost enorm veel tijd. De dieren komen bij het circus als ze ongeveer anderhalf jaar oud zijn, vrij jong dus. De eerste periode kom ik alleen bij ze in de stal om ze te voeren, tegen ze te praten en zo hun vertrouwen te winnen. De jonge olifanten staan overigens zeker gedurende de eerste jaren altijd los in de stal. Dus niet aan kettingen. Na verloop van tijd ontstaat door het intensieve contact een vertrouwensband met de dieren. Ze komen dan uit zichzelf naar me toe. Deze fase duurt ongeveer drie tot vier maanden. Daarna begin ik langzamerhand de olifanten de piste in te halen, ook weer met veel voer. Dit gaat spelenderwijs. Gedurende enkele weken laat ik de olifanten vooral spelen zodat ze vertrouwd raken met de piste en zich op hun gemak gaan voelen in hun nieuwe omgeving. Na deze fase krijgt elke olifant een staljongen als begeleider en begint de eigenlijke training van de dieren.
De basis van vrijwel elk dierennummer is het rondlopen. Daarbij is het belangrijk dat de dieren dicht langs de pisterand en achter elkaar blijven lopen. De begeleider van elke individuele olifant houdt het dier aan zijn oor vast en loopt ermee langs de pisterand. De dresseur in het midden van de piste geeft het bijbehorende commando. Elke keer wanneer de dieren goed reageren op het commando volgt een beloning. Na weken van training begrijpen de olifanten dat het betreffende commando het teken is om in de piste rond te lopen. Als de dieren dit goed onder de knie hebben, ga ik pas verder. Het leren lopen is het belangrijkste onderdeel van de dressuur. Vergelijk het maar met jonge kinderen. Die moeten ook eerst leren lopen voordat ze verdere handelingen kunnen uitvoeren. Dat is met circusdieren ook het geval.
Het uitbreiden van de training gebeurt eigenlijk op dezelfde manier als het leren rondlopen. Het twee aan twee lopen of het maken van pirouettes gebeurt eerst samen met de begeleider. De dresseur geeft weer het bijbehorende commando en bij een geslaagde trick volgt een beloning. Eindeloos geduld is nodig bij het aanleren van dergelijke tricks. Na weer enige weken van training begrijpen de dieren wat de bedoeling is en dan kun je de dressuur weer een stapje verder uitbouwen.
Mensen vragen zich vaak af hoe je nou twee, drie of vier olifanten naast elkaar kunt leren lopen. Ze maken zich daar in veel gevallen een totaal verkeerde voorstelling van. Vaak wordt gedacht dat dat gebeurt d.m.v. allerlei dubieuze hulpmiddelen waaronder kettingen. Een beeld dat door sommige dierenrechtenactivisten in de hand wordt gewerkt, maar dat is echt onzin. Je kunt onmogelijk, wanneer enkele olifanten naast elkaar lopen, daar ook nog eens met zware kettingen achteraan gaan. De training van circusdieren werkt eenvoudigweg niet zo. Wel loopt er iemand met een bak met wortelen mee om te zorgen dat ze meelopen. Dat is heel wat anders dan kettingen.
Wanneer de olifanten alle eerder genoemde routines beheersen, kun je beginnen ze te leren op een postament te stappen. Daarvoor worden alle olifanten naast elkaar gezet en met voer en door middel van het roepen van hun naam op het postament gelokt. In eerst instantie wordt een bak met voer op het postament gezet en de olifanten eten daar uit. Wanneer ze daaraan gewend zijn, pak ik de bak voer op en laat ik ze daar achteraan lopen. Daarbij blijf ik steeds tegen ze praten en geef ik het commando om op het postament te komen. Langzaam aan stappen ze dan eerst met één poot, dan met twee en uiteindelijk met alle vier de poten op het postament. Om ze te laten begrijpen dat ze op het postament moeten stappen binden we in sommige gevallen een longe om een poot, net als overigens in de paardensport gebruikelijk is. Zo geef ik aan dat het dier zijn poot moet optillen. Vrij snel begrijpt de olifant dan wat de bedoeling is en bij een geslaagde trick volgt weer een beloning.
Wat veel mensen denken, is dat wij de olifanten op het postament trekken, maar dat is echt onmogelijk. Het dier zou er dan aan de andere kant weer af vallen want een postament is niet groter dan één meter. Alle mensen die beweren dat olifanten op postamenten getrokken en getild worden, begrijpen niets van de training van dergelijke dieren, want dat lukt namelijk helemaal niet. Om een olifant op een postament te tillen zou je een enorme takel nodig hebben, het is dus idioot te veronderstellen dat wij op dergelijke wijze een olifant leren om op een postament te komen. Bovendien mag een dier nooit bang van je worden, want met angstige dieren valt niets te beginnen.
Wanneer de olifanten eenmaal geleerd hebben op een postament te stappen dan kun je ze verdere tricks gaan leren. Mensen die vaak in circussen komen, kunnen zich daar wel wat bij voorstellen. Vaak zie je bij olifantennummers dat de dieren eerst met alle vier de poten samen op het postament staan, en daarna met alleen de twee voorpoten op de grond en de achterpoten nog op het postament een rondje draaien. Dat leren we de dieren door ze, wanneer ze op het postament staan, achter een bak met voer te laten aanlopen terwijl we het bijbehorende commando roepen. Hebben ze zo een rondje gemaakt, dan ontvangen ze weer een beloning. Na een periode van intensief trainen begrijpen de olifanten dan, wanneer ze een bepaald commando horen, dat dát het teken is voor de betreffende trick, en dat daarna weer een beloning in de vorm van voer volgt. Voor de duidelijkheid: voordat de olifanten deze tricks goed beheersen ben je maanden, soms zelfs jaren verder.
Wanneer je de dressuur van de olifanten bijhoudt, dan kun je het nummer steeds weer een stukje verder uitbreiden. Soms zie je in circussen olifanten die één dingetje in de piste doen, en verder niets. Dat komt omdat die dresseurs niet weten hoe ze de training van olifanten moeten aanpakken. Met olifanten moet je dagelijks repeteren, dagelijks het eerder genoemde lopen blijven herhalen, steeds met ze blijven praten en zorgen dat je een band met de dieren onderhoudt. Je kunt de olifanten niet voor vijf minuten in de piste halen, ze vervolgens weer op stal zetten en er verder niet naar omkijken. Dan doen ze na een paar maanden helemaal niets meer voor je. Vergelijk het maar met kinderen. Als je je zoontje alleen te eten geeft en verder niet naar hem omkijkt, dan denkt het kind op een gegeven moment: bekijk het maar, en wordt brutaal of zelfs onhandelbaar. Dat is met dieren net zo goed het geval. Je moet met een dier de hele dag bezig zijn. Alleen dan kun je een goed karakter bij het dier vormen. Het is van essentieel belang dat je goed bent voor je dieren en dat je een band met ze tot stand brengt. Alleen dan kun je ook iets terug verwachten.
Mijn olifanten leerde ik ook de zogeheten piramide. Dat is een trick waarbij elke olifant met zijn twee voorpoten op de rug van een andere olifant staat. We leerden ze dat door op de rug van een olifant te gaan zitten met een zak voer en vervolgens de olifant die met zijn twee voorpoten omhoog moest komen te roepen. Daarbij maakten we veel gebaren met het lichaam en heel langzaam aan komt de olifant dan omhoog. Staat hij eenmaal met zijn voorpoten op de rug van de andere olifant, dan volgt weer een beloning. Na eindeloos herhalen en repeteren krijgen de olifanten deze trick onder de knie. Dit is de trainingsmethode die ík voor deze trick gebruik; ik kan niet voor eventuele andere dresseurs spreken.
Ik ben in het circus geboren en heb zeer veel dieren getraind zonder daarbij ook maar één keer een haak te gebruiken. Zelfs in veel dierentuinen worden haken gebruikt bij de olifanten, maar wij hebben nog nooit één haak in onze handen gehad bij de dressuur van onze dieren. We proberen de dieren zoveel mogelijk te trainen met voer, door te praten, met lichaamstaal en door de dieren veel tijd te gunnen om te begrijpen wat je van ze wilt. Het enige hulpmiddel dat ik voor de dressuur van olifanten gebruikt heb, is de eerdergenoemde longe. Dat is een touw dat aangebracht wordt aan de poot van het dier en waarmee je de olifant kunt sturen. Een longe schaadt op geen enkele wijze het welzijn van het dier en doet de olifanten ook absoluut geen pijn. Ook in de paardensport is dit een welbekend en breed geaccepteerd middel om dieren te dresseren.
Voordat onze olifanten getraind werden, hebben we ze eerst laten wennen aan allerlei geluiden. Mijn oom, Franz Althoff, was een groot olifantenman en hij vertelde me altijd dat ik eerst de olifanten 'Strassenfest' - straatvast - moest maken. Met andere woorden: de olifanten moeten eerst gewend zijn aan de geluiden van de stad en op straat kunnen lopen zonder dat ze bang worden voor verkeer, vliegtuigen, muziek, tractoren enz. Dat is het eerste wat de olifanten geleerd moet worden, nog voordat de training in de piste begint. Doe je dat niet en je bent bezig in de piste terwijl een vliegtuig overkomt dan zijn ze weg. Dat mag natuurlijk nooit gebeuren. Ik liet de olifanten in een groep over het circusterrein en in de straat lopen zodat ze gewend raakten aan alles wat beweegt. Onze olifanten waren overal aan gewend en nergens bang voor. We zijn een keer met de olifanten naar een vliegtuigbasis geweest en hebben ze daar laten rondlopen zodat ze totaal geen angst meer hadden voor het geluid van vliegtuigmotoren.
Ik had het eerder over het 'straatvast' maken van olifanten, dus het gewennen aan allerlei geluiden en omstandigheden. Daarbij zit een groot verschil tussen Afrikaanse en Indische olifanten. Afrikaanse olifanten zijn eigenlijk nergens bang voor. Een Indische olifant is in beginsel overal bang voor. Als er bijvoorbeeld een hond over het terrein loopt, of er wordt vuurwerk afgestoken, dan kan een Indische olifant al in paniek raken. Daarom zijn Indische olifanten in het begin heel moeilijk te trainen. Ze worden snel zenuwachtig als ze geluiden horen die ze niet kennen. Deze olifanten moeten dus eerst goed gewend raken aan de geluiden van hun omgeving. Zijn ze eenmaal 'straatvast', dan leren ze in veel gevallen hun tricks sneller dan Afrikaanse olifanten. Afrikaanse olifanten zijn nergens bang voor en ze irriteren zich niet zo snel aan dingen. Daarom zijn ze gevaarlijker, moet je ze rustiger benaderen en er veel tijd voor gebruiken. Je weet namelijk niet wanneer een Afrikaanse olifant wel in paniek raakt. Dat is veel minder voorspelbaar dan bij Indische olifanten. Bij Indische olifanten weet je gewoon dat de beginperiode vaak moeilijk is, maar dat ze daarna vrij snel leren. Dat is het belangrijkste verschil tussen beide soorten olifanten.
Indische olifanten leren bovendien veel sneller, omdat ze al generaties lang als huisdieren worden gehouden en dus gewend zijn aan intensief contact met mensen. In o.m. India worden veel werkolifanten gehouden door de plaatselijke bevolking. Dat gebeurt al honderden jaren, dus deze olifanten zijn gewend aan de omgang met mensen. Met Afrikaanse olifanten is dat in veel mindere mate het geval. Zelfs nu nog worden amper Afrikaanse olifanten als werkolifant gehouden. Contact met mensen is voor deze dieren dus veel minder vanzelfsprekend. Daarom moet je met Afrikaanse olifanten heel anders te werk gaan dan met de Indische dikhuiden.
Voordat ik aan de training van dieren begin heb ik al een soort van ABC in mijn hoofd van welke tricks ik ze wil leren. Dat is in een schoolklas ook zo. De leraar zet een bepaalde koers uit en bepaalt wat hij de leerlingen wil leren. Dat doe ik ook. Kort geleden heb ik zes koeien gekocht en dan bedenk ik al gelijk waar ik in de training mee ga beginnen. De basis voor deze dressuur is inmiddels gelegd en de dieren werken ook al in de piste. Nu ben ik bezig het nummer verder uit te breiden met nieuwe tricks en zo hoop ik uiteindelijk een complete vrijheidsdressuur met koeien te realiseren. Dat gaat dus stap voor stap. Steeds als weer een aantal tricks goed getraind is, dan ga ik weer verder.
Bij roofdierennummers, met bijvoorbeeld leeuwen, werkt dat anders. Deze nummers worden vrijwel altijd in één keer helemaal in elkaar gezet. Dat is mogelijk omdat deze dieren heel snel leren, in tegenstelling tot bijvoorbeeld olifanten, paarden, exoten en de eerdergenoemde koeien. Bij deze dieren wordt eerst de basis gelegd voor het uiteindelijke nummer en vanuit deze basis worden stap voor stap meer tricks getraind.
Voor kamelen, lama's, koeien, paarden en zo geldt dat het loopdieren zijn. Deze dieren leer je dus hun nummer door ze eerst hun tricks met een staljongen te laten uitvoeren, dan met de eerdergenoemde longe en uiteindelijk alleen op commando. Bij een geslaagde trick volgt, zoals altijd, weer een beloning in de vorm van voer. Zoals met alle dieren is het ook bij deze soorten zo dat ze sneller leren op jonge leeftijd. Oudere dieren zijn ook te trainen, alleen duurt dat veel langer en het gaat veel moeizamer. Een jong dier leert sneller en vaak spelenderwijs. Vooral dat laatste is belangrijk. De dieren worden spelenderwijs gedresseerd en een nummer wordt er niet even snel ingeslagen. Als ik mijn koeien zou slaan, dan zouden ze nooit meer iets doen, dan kun je het vergeten. Belangrijk bij het trainen van dieren is praten, het vertrouwen winnen en veel voeren. Ik ben begonnen met het trainen van koeien omdat ik naar de boeren gekeken heb. Vaak kwam ik op boerderijen voor o.m. voer en hooi en dan zag ik wel eens een boer gewoon over straat lopen met wel twintig koeien achter hem aan. Het zijn dus volgdieren, net als olifanten, en zo ontstond het idee voor de realisatie van een vrijheidsdressuur met koeien.
Je dresseert dieren als olifanten, paarden en exoten op basis van hun natuurlijke gedrag. Iets anders kan namelijk niet. Je kunt een neushoorn van 3,5 ton niet op zijn neus laten staan, maar je kunt kuddedieren wel achter een groepsleider, de dresseur, aan laten lopen en ze zo verschillende figuren laten uitvoeren. De afgelopen jaren was ik één van de weinigen in Europa met een gedresseerde neushoorn. Ook dit dier kreeg ik weer op zeer jonge leeftijd en heb ik voornamelijk getraind met mijn stem. Het heeft maanden geduurd voordat de neushoorn gewend was aan de piste, eigenlijk van hetzelfde laken een pak als met een olifant. Een neushoorn kun je echter op geen enkele manier vastbinden. Niet met kettingen, met helemaal niets. Dat nummer heb ik voornamelijk met praten tot stand gebracht. Kritiek die je vaak hoort over het veiligheidsrisico dat het houden van een dergelijk dier in een circus met zich meebrengt, is onterecht. Ik denk dat het loslopen van bepaalde honden in een stad gevaarlijker is. Mijn neushoorn wordt rustig wanneer hij mijn stem hoort. Al roep ik maar zijn naam vanuit mijn woonwagen.
Als je met een dier wilt werken dan moet je er dagelijks contact mee hebben. Een neushoorn kun je, zoals ik al zei, niet aan een ketting naar de piste brengen of vasthouden aan een halster zoals bij paarden. Je moet er dus zeker van zijn dat de neushoorn niet de piste in rent en aan de andere kant dwars door het publiek er weer uit komt. Dan kan alleen als je een goede band met zo'n dier hebt ontwikkeld. Wanneer ik merk dat de neushoorn zenuwachtig is, dan neem ik hem niet mee in de piste, maar dat is in veertien jaar tijd maar twee keer voorgekomen.
Als je dieren hebt, dan ben je daar dagelijks de hele dag mee bezig. Ik ben in mijn hele leven nog nooit op vakantie geweest omdat ik mijn dieren geen dag alleen kan laten. Zelfs de vrouw die in mijn circus met paarden werkt, kan nog geen twee dagen weg. Veel Nederlanders brengen, als ze op vakantie gaan, hun huisdieren naar een dierenpension. Ik kan mijn neushoorn toch niet naar een pension brengen? Je kunt de zorgen voor je dieren ook niet aan een personeelslid overlaten, omdat die niet dezelfde band met de dieren heeft als ik. Zo zouden ze problemen wellicht te laat opmerken.
Veel mensen weten totaal niet waar circussen mee bezig zijn en hoe ze hun dieren dresseren. De mensen die iets tegen dieren in het circus hebben, nemen vaak niet eens de tijd om zich van de trainingsmethoden op de hoogte te stellen, maar ze vellen er wel een negatief oordeel over. Ook ik heb regelmatig bezoek gehad van actievoerders. Ze komen dan in leren jacks en ze binden honden vast aan het toegangshek. Zo protesteren ze tegen het houden van koeien en exoten in mijn circus. Ze vergeten dan gemakshalve dat hun jassen en schoenen gemaakt zijn van diezelfde dieren. Dagelijks worden duizenden koeien afgeslacht voor de vleesconsumptie en daar doet niemand moeilijk over, maar zes koeien in het circus worden zielig gevonden. Bovendien zijn de exoten ook vrijwel allemaal koeien, alleen dan met een ander kleurtje. Hoe wij met koeien werken zo wordt in Noord-Afrika en Rusland met dromedarissen en kamelen gewerkt en hoe wij hier paard rijden, zo rijden zij op kamelen. In India en andere delen van Azië rijden ze zelfs op yaks. In die landen worden buffels gebruikt voor het transport van goederen van de ene naar de andere stad; hetzelfde geldt voor ezels. In Peru worden daar lama's voor gebruikt. Waarom mogen wij dan een lama geen rondje leren lopen? Duizenden mensen gaan naar landen als India en Thailand op vakantie en rijden daar op gedresseerde olifanten. Dat wordt door niemand erg gevonden. Een olifant in het circus daarentegen, daar hebben veel mensen problemen mee. Ondertussen gaat de haaienvangst door, zeeën worden leeggevist, de walvisvangst gaat door, kangoeroevlees kun je inmiddels in de supermarkt kopen, evenals struisvogelbiefstuk en ook staat in veel restaurants vlees van exotische dieren op de menukaart. In diverse Nederlandse restaurants kun je zelfs bisonvlees bestellen. Leren jassen en schoenen zijn nog altijd populair, maar het handjevol circusdieren in Nederland, die moeten weg uit het circus. En al dat andere mag wel allemaal? Hoe kunnen ze, het bovenstaande in ogenschouw genomen, nu een koe in het circus verbieden? En een buffel is ook een koe, evenals veel andere in onze westerse ogen 'exotische' dieren. Het publiek wil bovendien dieren in een circusvoorstelling zien.
Vorig jaar presenteerde ik een moderne voorstelling met zeer weinig dieren en ik heb zeer slecht gedraaid. Dit jaar heb ik dat veranderd en presenteer ik weer meer dierennummers en dat heeft geresulteerd in veel meer bezoekers dan vorig seizoen. Waar ik voorstander van ben is algemene regelgeving voor wat betreft de huisvesting van de dieren in het circus. Dat bestaat in landen als Duitsland en Zwitserland ook. In elke nieuwe stad worden deze regels gecontroleerd. Een dergelijk systeem zou voor Nederland ook geschikt zijn, mits de gemeenten ook ruime evenemententerreinen ter beschikking stellen.
