Dieren horen bij het circus
Duizenden mensen bezoeken jaarlijks een circusvoorstelling. Een vlucht uit de hectische samenleving van tegenwoordig, in een wereld waar het onmogelijke mogelijk wordt. Het publiek huivert bij de stunts van acrobaten, lacht om clowns en verbaast zich over de prestaties waartoe dieren samen met mensen in staat zijn. Dierenrechtenactivisten protesteren heftig tegen het presenteren van dieren in circusvoorstellingen. Circussen zouden hun dieren slecht huisvesten, op onverantwoorde wijze trainen en belachelijk maken.
De oorsprong van het hedendaagse circus ligt in Groot-Brittannië. Rond 1770 begon Philip Astley in Londen met het geven van voorstellingen met paarden. De Engelsman, een sergeant-majoor in het leger, liet tijdens deze shows demonstraties rij- en dresseerkunst zien. Omdat hij zijn programma meer kleur wilde geven, deden na verloop van tijd ook allerlei andere artiesten hun intrede in zijn piste: de geboorte van het eerste circus was een feit.
Sinds het einde van de achttiende eeuw heeft het circus een enorme ontwikkeling door gemaakt, heeft zich constant vernieuwd en is met zijn tijd meegegaan. Maar nog altijd vormen paarden de basis van elk klassiek circusprogramma. Vaak aangevuld met tal van andere dierennummers. En nog altijd kijken jaarlijks miljoenen mensen wereldwijd met bewondering naar die ene acrobaat die het aandurft een drievoudige salto te draaien metershoog boven de piste, naar clowns die mensen ontroeren en laten lachen, maar vooral naar de artiesten die in staat zijn roofdieren, olifanten en paarden een indrukwekkend dressuurnummer te laten uitvoeren.
De laatste jaren klinkt echter in toenemende mate protest tegen het houden van dieren in circussen. Een ontwikkeling die het voortbestaan van het klassieke circus in zijn oorspronkelijke vorm ernstig bedreigd. In Engeland heeft de intensieve campagne van de dierenrechtenbeweging er inmiddels voor gezorgd dat meer dan 200 gemeenten geen circussen met dieren meer toelaten. In België is een soortgelijke ontwikkeling aan de gang. Ten onrechte hebben veel politici en beleidsmakers zich laten beïnvloeden door de oneigenlijke argumenten van activisten. Want niet alleen de programma's van circussen zijn met hun tijd meegegaan, dat geldt ook voor de manier waarop met de vierbenige artiesten wordt omgesprongen.
De tijd dat roofdieren opgesloten zaten in donkere, kleine kooien ligt ver achter ons. Grote buitenverblijven worden waar mogelijk opgebouwd om de dieren extra bewegingsruimte te bieden, vaak zelfs compleet met zwembad. Daarnaast is het zo dat katachtige roofdieren in het wild 16 tot 19 uur per dag slapen. Deze dieren kunnen prima rusten in verblijven die relatief klein zijn, mits daar maar tegenover staat dat ze voldoende beweging krijgen tijdens optredens en repetities.
Olifanten hebben tegenwoordig veelal ruime weides afgezet met schrikdraad tot hun beschikking, ook in de staltent. Aangebonden staan ze alleen nog vlak voor de voorstelling om ze te kunnen wassen, voor hun eigen veiligheid tijdens het voeren en gedurende de nacht. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld zebra's en kamelen.
In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, zijn de trainingsmethodes gebaseerd op wederzijds vertrouwen en respect tussen het dier en zijn leraar. Een dier dat constant gestraft wordt raakt gestresst, wordt ziek en gaat uiteindelijk dood. En dat is het laatste waar een circus belang bij heeft, men moet immers leven van de dieren.
De stelling dat circusdieren worden gedwongen tot onnatuurlijk gedrag is onjuist.
In de vrije natuur maken katachtige roofdieren grote sprongen en steigeren hengsten regelmatig. Het is de kunst de dieren deze handelingen te laten uitvoeren op het moment dat de dresseur dat wil. Iets dat alleen mogelijk is wanneer sprake is van een intensieve band tussen het dier en zijn trainer. Ook wordt gekeken naar de individuele karaktereigenschappen van dieren. Een leeuw die geen aanleg heeft voor het maken van sprongen zal dat dus ook nooit hoeven doen. Overigens kan het in sommige gevallen nuttig zijn om dieren een trick te laten uitvoeren die ze in de natuur nooit zouden laten zien, wanneer deze wel iets onthult over de intelligentie van het betreffende dier.
Dierennummers in het circus hebben bovendien wel degelijk educatieve waarde. Circussen tonen aan dat dieren samen met mensen tot unieke prestaties kunnen komen. Iets wat bijdraagt aan een groter respect voor deze dieren bij het publiek, en een grotere betrokkenheid als het gaat om het behoud van de wilde soortgenoten van circusdieren. Kinderen komen in het circus vaak voor de eerste keer in aanraking met dieren als leeuwen en tijgers. Ze zien de roofdieren in een actieve circusrol verbazingwekkende prestaties leveren. Iets wat niet zelden een onuitwisbare indruk maakt. In die zin zijn circusdieren ware ambassadeurs van hun wilde soortgenoten.
Het is jammer dat veel dierenrechtenorganisaties het geld van hun donateurs gebruiken om circussen het leven zuur te maken. Een ontwikkeling die inmiddels ergerniswekkende vormen aanneemt en het voortbestaan van het klassieke circus ernstig in gevaar brengt. Veel activisten eisen een volledig verbod op het houden van dieren in circussen. Iets wat op geen enkele wijze bijdraagt aan het welzijn van deze dieren. Wat wel helpt is regel- of wetgeving die eisen stelt aan huisvesting, transport en trainingsmethoden van dieren in circussen. Zo kunnen eventuele rotte appels in de branche aangepakt worden. Dat is waarom de circuswereld - verenigd in de European Circus Association (ECA) - zich actief inzet voor wetgeving op Europees niveau. De eerste stappen in die richting zijn inmiddels genomen. Want als dierenrechtenactivisten hun zin krijgen, betekent dat het einde van cultuurgoed waaraan jaarlijks honderdduizenden mensen van alle leeftijden veel plezier beleven.
Wilt u meer weten over dieren in het circus? Neem dan contact op met het secretariaat van de VNCO. Hier kunt u tevens het in december 2003 verschenen publicatie 'Boekje open over dieren in het circus' bestellen. Daarin worden onder meer trainingsmethodes tot in detail beschreven. Tevens komen transport, veterinaire zorg, huisvesting en ethiek uitgebreid aan de orde. Deze uitgave kost inclusief verzending 10 euro. Na ontvangst van uw betaling op Bankrekening nr. 4207793 t.n.v. VNCO te Apeldoorn, onder vermelding van 'boekje open' en uw adres, wordt de publicatie u direct toegezonden. De volledige tekst van het boekje is ook op deze site te lezen. Klik hier.
