Inleiding

Dierenrechtenorganisaties vormen de grootste bedreiging voor het voortbestaan van traditionele circussen. Ze organiseren demonstraties voor de circuspoorten, lobbyen bij overheden en proberen het publiek zodanig te beïnvloeden dat het geen circusvoorstellingen met dieren meer bezoekt. Soms zelfs worden eigendommen van circussen vernield. Denk daarbij aan het beschadigen van reclamemateriaal en het bespuiten van circuswagens. Fanatieke activisten hanteren soms nog extremere methoden om hun doelen na te streven. In Amerika heeft dat inmiddels tot gevolg gehad dat de FBI enkele dierenrechtengroeperingen heeft opgenomen in een lijst met terroristische organisaties.

Het is een bekend feit dat ook in Nederland bepaalde groeperingen door de AIVD (de voormalige BVD) in de gaten worden gehouden. Het is overigens belangrijk om hier een onderscheid te maken tussen dierenrechten en dierenwelzijn. Er is een hemelsbreed verschil tussen dierenbescherming en aanverwante organisaties, die wel - en terecht - op democratische wijze het welzijn van dieren nastreven, en dierenrechtenorganisaties die het wat minder nauw nemen met de regels. Deze laatstgenoemde groep is heel wat minder onschuldig dan ze zich voordoet.

De interpretatie van dierenrechten verschilt per organisatie, maar de algemene opvatting onder veel activisten is dat dieren gelijk zijn aan mensen en dus ook dezelfde rechten hebben. Dat betekent dat dieren niet mogen worden gegeten, worden getraind of als huisdier mogen worden gehouden. Veel mensen die zichzelf als dierenliefhebber beschouwen, eten vlees of andere dierlijke producten, dragen lederen kleding en gebruiken wellicht medicijnen die dierlijke bestanddelen bevatten. Een groot deel van deze mensen bezit tevens een huisdier.Vrijwel alle grote dierenrechtenorganisaties hebben verklaard het houden van huisdieren zoals honden en katten als slavernij te beschouwen. Ze vinden dat deze dieren moeten worden teruggebracht naar hun natuurlijke omgeving. Dierenrechtenorganisaties propageren een wereld waarvan ze weten dat die nooit kan worden gerealiseerd. Toch worden voortdurend grote bedragen aan fondsen geworven.

Het is niet toevallig dat juist circussen vaak het slachtoffer worden van de dierenrechtenbeweging. Circussen zijn een gemakkelijk doelwit omdat ze in vrijwel geen enkel geval het geld of de tijd hebben om op gepaste wijze te reageren op de aantijgingen.

Bovendien is praten met dierenrechtenactivisten zinloos, omdat hun filosofie het gebruik van dieren in circussen, of dat nu een hond of een olifant is, veroordeelt. Hoe goed circussen hun dieren ook huisvesten, trainen en verzorgen, de activist zal nooit tevreden zijn omdat hij vindt dat dieren niet mogen worden gebruikt voor het vermaak van mensen. En ze blijven zich bedienen van steeds dezelfde, sterk verouderde, voorbeelden van dierenmishandeling, die totaal niet van toepassing zijn op de moderne Nederlandse circuswereld.

Vele malen hebben circusdirecties dierenrechtenactivisten rondgeleid door de stallen, ze verteld hoe met deze dieren wordt getraind en gewerkt en hoe ze worden gehuisvest. Nooit heeft dat tot enige vorm van dialoog geleid. De grootste groep activisten is helemaal niet geïnteresseerd in de welzijnssituatie van bijvoorbeeld de roofdieren bij een circus. Ze vinden dat geen enkel dier in gevangenschap mag worden gehouden en vanuit dat standpunt benaderen ze de circuswereld. Dat vertellen ze er echter niet bij wanneer ze bijvoorbeeld overheden proberen te bewegen het werken met dieren in circussen onmogelijk te maken, of wanneer ze voor de ingang van circussen publiek ervan proberen te weerhouden een kaartje te kopen. Dan wordt de indruk gewekt dat op basis van misstanden dieren niet in het circus horen. De waarheid is precies andersom. Circussen en trainers van vandaag verzorgen hun dieren als hun eigen kinderen. Uit respect, uit het besef dat de dieren hun kapitaal vormen en omdat het hooggeëerde publiek in deze 21-ste eeuw een andere benadering niet meer zou accepteren. Het circus is met zijn tijd meegegaan. Of, zoals de Duitse voorvechter van regels voor circusdieren - Klaus Kröplin - het formuleert: ,,Mercedes maakt tegenwoordig ook andere auto's dan vijftig jaar geleden.''

Dierenrechten zijn niet hetzelfde als dierenwelzijn. Organisaties die proberen het welzijn van dieren in gevangenschap te bevorderen en die misstanden aan de kaak stellen en proberen te voorkomen, opereren vanuit de filosofie dat dieren en mensen naast elkaar kunnen bestaan. Dieren in gevangenschap mogen niet leiden onder hun situatie en moeten zowel mentaal als fysiek in optimale conditie verkeren. Bij de VNCO aangesloten circusondernemingen onderschrijven deze opvatting. Wanneer bezorgde dierenliefhebbers, die een diervriendelijke omgang en passende huisvesting van dieren eisen, aan de circuspoort verschijnen, is een dialoog wel degelijk mogelijk. Hun vragen kunnen eenvoudig worden beantwoord: nee, circusdieren zijn niet afkomstig uit het wild en hun ouders waren dat ook niet. In geval van twijfel over de conditie waarin de dieren verkeren, is een rondgang door de stallen altijd mogelijk. Alle dieren in circussen beschikken over de door de overheid vereiste documenten en verblijven volkomen legaal in het circus. Bovendien worden de dieren regelmatig gecontroleerd door dierenartsen.

De Nederlandse VNCO-circussen hebben een uitgesproken filosofie over het houden, trainen en transporteren van dieren. Een samenvatting:

- Dierenrechtenactivisten suggereren vaak dat het publiek geen goed beeld krijgt van de situatie waarin circusdieren leven omdat deze dieren achter de schermen worden verstopt. Niets is minder waar. Altijd staan de stallen open voor bezichtiging, óók de stallen van exotische dieren. Het publiek kan zichzelf overtuigen van de uitstekende gezondheid waarin de dieren verkeren en kennis nemen van de wijze waarop ze in het circus worden gehouden. Bovendien worden regelmatig openbare repetities georganiseerd waarbij het publiek in de gelegenheid wordt gesteld vragen te stellen.

- De tijd dat roofdieren de hele dag opgesloten zaten in transportkooien en dat olifanten hun wagen niet uitkwamen is reeds lang voorbij. Grote buitenkooien worden, waar mogelijk, gerealiseerd zodat roofdieren zelf kunnen bepalen of ze in hun wagen of buiten willen verblijven. Tevens hebben veel circussen de beschikking over een waterbassin. Olifanten worden zo min mogelijk aan de ketting gehouden. Tegenwoordig hebben vrijwel alle circusolifanten de beschikking over een vrije ruimte waarin ze kunnen rondlopen. Ook in de staltent. Olifanten zijn kuddedieren en daar wordt bij de huisvesting rekening mee gehouden. Olifanten, evenals kamelen en zebra's bijvoorbeeld, moeten de mogelijkheid hebben in interactie te treden met elkaar. Aan die behoefte wordt in het circus tegemoetgekomen door deze dieren in groepen te houden en zoveel mogelijk los te laten lopen.  Mochten in de toekomst onderzoeksresultaten bekend worden die aanpassing van de verblijven vereisen, dan zal de huisvesting van de circusdieren vanzelfsprekend dienovereenkomstig worden aangepast. Gedomesticeerde dieren zoals paarden worden in ruime boxen gehouden en dus niet meer aangebonden. Ook deze dieren worden nooit solitair gehuisvest. Alleen tijdens het transport staan de dieren korte tijd aangebonden, dit ten behoeve van hun eigen welzijn omdat dit voorkomt dat ze zich kunnen verwonden. Alle met het circus meereizende dieren verschijnen ook daadwerkelijk in de piste of worden daarvoor getraind.

- Bij de Nederlandse VNCO-circussen worden absoluut geen trainingsmethoden toegelaten die het welzijn van de dieren schaden. Ook het contracteren van acts uit het buitenland gebeurt met de grootst mogelijke zorgvuldigheid. Het welzijn van de optredende dieren moet gegarandeerd zijn. Bij VNCO-circussen worden nooit electroshocks, stokslagen of andersoortige - uit het verleden en uit verre buitenlanden stammende - hulpmiddelen gebruikt bij de training van de dieren. De dressuur wordt opgebouwd op basis van wederzijds vertrouwen en respect. Alleen dan is een goed dierennummer mogelijk. Tevens moeten acts, vooral met exotische dieren, bewondering oproepen voor het fysieke en psychische prestatievermogen van dieren. Doel mag nooit zijn de dieren belachelijk te maken.

- De bewering dat circusdieren worden gedwongen tot onnatuurlijk gedrag is onjuist. De dressuurnummers zijn gebaseerd op de natuurlijke gedragingen van de betreffende diersoort. In de vrije natuur maken katachtige roofdieren grote sprongen en steigeren hengsten regelmatig. De kunst is het om deze dieren juist deze handelingen te laten verrichten op het moment dat de dompteur of dresseur dat wil. Bovendien wordt bij de vorming van een nieuw dierennummer ook gekeken naar de individuele karaktereigenschappen  van de dieren. Een tijger die geen aanleg heeft voor het maken van grote sprongen zal dat dus ook nooit hoeven doen. Overigens kan het in sommige gevallen nuttig zijn om dieren een trick te laten uitvoeren die ze in de vrije natuur nooit zouden doen, omdat de betreffende verrichting bijvoorbeeld wel iets onthult over de intelligentie en het prestatievermogen van de dieren. Dat mag natuurlijk nooit betekenen dat je wilde dieren menselijke handelingen laat uitvoeren. Dierennummers zijn altijd gebaseerd op de natuurlijke aanleg van de dieren.

- Circusdieren zijn niet afkomstig uit het wild, maar komen uit dierentuinen, safariparken of van andere dompteurs. Ook gebeurt het regelmatig dat bij de circussen zelf jongen worden geboren. Een ondubbelzinnig bewijs dat het de dieren goed gaat. In het recente verleden zijn bij circussen jonge dieren geboren van soorten die in het wild met uitsterven worden bedreigd. Bovendien worden circusdieren vele jaren ouder dan ze ooit in de vrije natuur zouden worden. Wanneer de dieren constant zouden lijden onder hun circusbestaan dan was dit onmogelijk. Door de trainingen en optredens worden de dieren gestimuleerd en dat voorkomt stereotiep gedrag. Ook in dierentuinen worden dieren als olifanten gedresseerd omdat ze anders onhandelbaar of zelfs agressief worden.

- De Nederlandse organisatie Wildlife Care International (WLCI) controleert regelmatig het welzijn van circusdieren in Nederland. Deze organisatie bestaat uit een team van 26 mensen, voornamelijk dierenartsen, gespecialiseerd in exotische dieren. WLCI controleert tevens of circussen de juiste papieren bezitten voor het houden van exotische dieren.  Circusmensen omringen hun dieren met de grootst mogelijke zorg. Of het nu zondag, kerst of midden in de nacht is, altijd staat het welzijn van de dieren voorop en bij eventuele problemen wordt een dierenarts ingeschakeld.

- In Duitsland bestaat specifieke regelgeving voor het houden van dieren in circussen. In deze regelgeving worden eisen gesteld aan o.m. transport, verblijven, speelvrije tijd en trainingsmethoden. In elke plaats die door een circus wordt aangedaan worden deze eisen door overheidsfunctionarissen gecontroleerd. Deze 'Leitlinien für die Haltung, Ausbildung und Nutzung von Tieren in Zirkusbetrieben' hanteren ook de bij de VNCO-aangesloten circussen inmiddels als leidraad voor de huisvesting van hun dieren Graag zouden zij deze Leitlinien als regelgeving in Nederland - of zelfs in  Europa - geïntroduceerd zien. Ook zij zijn voor regelmatige controle op het welzijn van circusdieren omdat je zo de rotte appels in de branche eruit haalt.

- Circusdieren worden goed verzorgd en krijgen het beste voer om ze in optimale conditie te houden. Circusmensen leven vóór, mét en ván hun dieren en hebben daar dan ook alle belang bij. Dierennummers waarbij de schoonheid en het prestatievermogen van de dieren voorop staan, leveren een bijdrage aan een groter respect voor deze dieren bij het publiek. De Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen is ervan overtuigd dat je met dieren in het circus kunt werken zonder dat hun welzijn wordt geschaad. In dit boekje wordt deze opvatting door een groot aantal deskundigen onderschreven. De VNCO doet er werkelijk alles aan om het Nederlandse publiek - vandaag en morgen - te kunnen laten genieten van het oorspronkelijke circusvermaak. Circus is een cultuurgoed - waarvan al generaties lang mensen van acht tot tachtig genieten - dat niet verloren mag gaan.