Met grote regelmaat ontvangt de VNCO adviesaanvragen ten behoeve van op te stellen gemeentelijk circusbeleid. De VNCO is voorstander van een dergelijk vastgesteld beleid. Beide partijen weten op die manier immers waar ze aan toe zijn. Daarom hieronder een aantal bouwstenen die bij de opstelling van zo'n beleid gebruikt kunnen worden. Uiteraard blijft de VNCO bereid om gemeenten te adviseren bij de opstelling van hun circusbeleid.
Aantal vergunningen per jaar.
Het bezoek van een circus is iets bijzonders. In het algemeen bezoeken mensen die van circus houden niet vaker dan één of twee keer per jaar een zaak.
Om de spoeling niet ongewenst dun te maken is het aan te bevelen voor gemeenten met minder dan 100.000 inwoners niet vaker dan twee á drie keer per jaar een vergunning te verstrekken. Uitzondering is mogelijk wanneer binnen korte tijd een belangrijk deel van de doelgroep die het circus kan bezoeken wisselt. Dit is bijvoorbeeld in gemeenten met een sterk toeristische functie het geval.
De periode tussen het optreden van verschillende circussen.
Het is van belang dat er een periode van tenminste zes weken zit tussen het optreden van verschillende circussen of evenementen, waarvoor de doelgroep ten dele gelijk is zoals kermissen, hoogdraadgroepen die in de openlucht werken, 'helldrivers' en ijsshows en dergelijke.
Ook wanneer naar het beleven van de betrokken ambtenaar evenementen elkaar niet bijten is het belangrijk om het aanvragende circus hierover te informeren. Men kan dan zelf beslissen om de aangeboden periode wel of niet te accepteren.
Ervaring met circussen
Veel gemeenten willen hun inwoners een afwisselend circusprogramma bieden, waar zoveel mogelijk 'voor elk wat wils' in zit. Hieronder een aantal begrippen die bij de opzet van een dergelijk beleid gehanteerd kunnen worden.
Het is van groot belang dat er zoveel mogelijk continuïteit is binnen de afdeling, die bij een gemeente verantwoordelijk is voor het verlenen van vergunningen. Eigen ervaring van ambtenaren met circusbedrijven gaat ver uit boven de (nogal eens wervende) informatie die circussen bij de aanvraag van een vergunning verstrekken. Bezoek zoveel mogelijk aanvragende circussen die u niet kent, ook als ze elders spelen, alvorens een vergunning te verstrekken. U bent altijd welkom wanneer u zich aan de kassa meldt en het doel van uw bezoek toelicht.
Daarnaast is het ook van belang positieve en negatieve ervaringen die u met een zaak heeft te registreren. Eventuele opvolgers op de afdeling kunnen dan van die ervaring gebruik maken.
Uiteraard kunt u ook de VNCO informeren over negatieve ervaringen. Voor zover dat een VNCO zaak betreft zal de Vereniging binnen haar mogelijkheden met u en het betrokken circus naar een oplossing zoeken. Daarnaast kan de verstrekte informatie ook ten dienste van adviesvragen van andere gemeente gebruikt worden.
Type circus
Klein circus
Vooral op kinderen gericht.
Tent minder dan 400 zitplaatsen.
Het programma wordt veelal verzorgd door één familie, soms in het bezit van enkele dieren.
Dit soort zaken speelt ook vaak in voorsteden of wijken van een grotere stad.
Middelgroot circus.
Zo'n circus presenteert zich veelal als familiecircus.
Tent omvang 400 tot 1000 zitplaatsen. Afwisselend programma, veelal versterkt door ingehuurde artiesten. Vaak ook meerdere dierennummers in het programma.
Groot (internationaal) circus.
Tent heeft meer dan 1000 zitplaatsen. Naast eigenaars of uitbaters van het circus wordt het programma verzorgd door een groter aantal (vaak buitenlandse) artiesten. Ook (wilde) dierennummers vormen veelal een onderdeel van het programma. Deze zaken hebben meestal een programma dat jaarlijks verandert.
Wat van ver komt is niet altijd lekkerder.
Veel (grote)gemeenten nemen in hun beleid op dat ze er naar streven jaarlijks aan tenminste één (groot) internationaal circus een vergunning te geven. Vaak wordt in zo'n geval de term 'buitenlands' gebruikt. In de praktijk blijkt dat lang niet altijd een garantie voor kwaliteit. Vergeten wordt daarbij ook nogal eens dat ook Nederland circussen met een goede internationale reputatie heeft.
Vaste klanten of steeds iets anders.
Veel gemeenten menen hun bevolking te plezieren door zoveel mogelijk verschillende circussen in hun gemeente te laten spelen. Over die roulatie nemen ze dan iets in hun circusbeleid op.
Er zijn echter ook circussen die graag een vaste relatie met hun bezoekers opbouwen. Ze wisselen jaarlijks hun programma en hopen, door elk jaar in dezelfde plaats te spelen een vaste kern van bezoekers op te bouwen
Tijdstip van aanvraag van de vergunning.
Het is voor de gemeente en het circus van belang om tijdig te weten welke zaken willen en kunnen spelen in het volgend jaar. Tijdige aanvraag en mededeling dat een vergunning al dan niet verstrekt wordt ( bijvoorkeur voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waar de vergunning voor aangevraagd wordt) is daarom belangrijk.
Het is wel aan te bevelen om een procedure te hanteren die voor alle circussen gelijk is.
Het afgelopen jaar werden een aantal VNCO leden geconfronteerd met het gegeven dat een enkele gemeente al een jaar eerder dan voor 'gewone Nederlandse' circussen het geval is, aan een grote buitenlandse zaak een vergunning verleende. Ook Nederlandse zaken willen graag zo vroeg mogelijk weten waar ze op kunnen rekenen.
Speelvergunning voor uitkopen.
Het komt regelmatig voor dat een circus een vergunning aanvraagt voor zogenaamde 'uitkoopvoorstellingen'.
Kenmerk van een 'uitkoop'- voorstelling is, dat de circuskassa gesloten blijft. De bezoekers van een dergelijke voorstelling betalen ter plaatse niet voor de entree.
Zo'n uitkoopvoorstelling wordt bijvoorbeeld aangeboden aan medewerkers en / of relaties van een bedrijf of instelling.
De VNCO adviseert bij het vaststellen van het jaarlijks aantal te verlenen speelvergunningen, vergunningen voor 'uitkopen' ,zoals die hiervoor beschreven zijn, niet mee te tellen.
Voor circussen is het wel van belang om te weten dat dergelijke uitkoopvoorstelling plaatsvinden. We vragen u daarom, wanneer dat bij u bekend is, hierover circussen, die u een speelvergunning wilt verlenen, te informeren.
Tijdstip van het afgeven van een (voorlopige) speelvergunning.
De VNCO heeft als uiterste datum voor het verstrekken van een speelvergunning voor het jaar daarop volgend de datum van 31 oktober vastgesteld. Circussen moeten bij de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning en de daartoe soms benodigde visa een complete tourneelijst overleggen.
Het is daarom voor hen van belang hun tournee tijdig rond te hebben.
Reclamebeleid
Circus is een vluchtig product. Het circus komt plotseling en vertrekt daarna ook weer voor vaak meer dan een jaar. Om toch voldoende aandacht te kunnen vragen voor een komende serie voorstellingen is afficheren voor een circus van erg groot belang. Uiteraard wordt ook van 'moderne ' media als internet, huis aan huis bladen en de regionale pers gebruik gemaakt. Maar nog steeds blijkt de traditionele manier van afficheren van groot belang.
De VNCO is - evenals de gemeenten - tegenstander van 'wildplakken'. Een circus moet dan echter wel in staat zijn om (zo nodig tegen een redelijke vergoeding) een voldoend aantal affiches op in het oog springende plaatsen te kunnen neerzetten.
Het is van belang daarmee in het gemeentelijk circusbeleid rekening te houden.
Het buitenreclamebeleid is veelal ondergebracht bij een andere afdeling dan degene die vergunningen verstrekt.
Zonodig is het gewenst een bijzondere positie voor circussen in deze regeling op te nemen.
Het speelterrein
Het succes van een circus staat en valt vaak met de aanwezigheid van een kwalitatief goed speelterrein.
Uiteraard moeten daar nutsvoorzieningen aanwezig zijn van elektriciteit, water en rioolafvoer.
Ook moeten in de directe omgeving zomogelijk voldoende parkeerplaatsen zijn. Dit ook om ongewenste hinder van direct omwonenden te voorkomen.
Centrale ligging van het terrein, liefst nog op een 'zicht' locatie heeft uiteraard de voorkeur.
Het terrein dient voldoende groot te zijn om het materiaal conform de geldende veiligheidseisen op te kunnen stellen. Ook moet er voldoende ruimte zijn de aanwezige dieren op verantwoorde (de VNCO hanteert in beginsel de Duitse Leitliniën) te huisvesten.
De gewenste omvang van het terrein wordt natuurlijk bepaald door de grootte van het circus dat er op spelen wil. Een klein circus, kan al uit de voeten met een terrein van 40 x 40 meter. Een middelgroot bedrijf heeft zeker 80 x 80 meter nodig, terwijl een circus als het nationaal circus Herman Renz zeker 100 x 100 meter nodig heeft.
In al die gevallen gaat de voorkeur naar een vierkant terrein. Het mag duidelijk zijn dat een lang smal terrein, dat wellicht wel aan de maximale oppervlakte voldoet, niet geschikt is omdat de tent er niet op zou passen.
Wanneer u in het voor- of naseizoen een circusvergunning verstrekt is het aan te bevelen dat het terrein voldoende verhard is om verzakken en onnodige vernieling van het terrein door zware wagens te voorkomen.
Ook is het van belang dat hemelwater zoveel mogelijk, via riolering of drainages kan worden afgevoerd om diepe plassen en erg drassige grond te voorkomen.
Uiteraard kan een gemeente voor de verhuur van dergelijk terrein in redelijkheid kosten in rekening kan brengen. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met de exploitatiemogelijkheid van een circus. Overweeg eventueel om beschikbaar stelling van een terrein (zo mogelijk gratis of tegen sterk gereduceerde kosten) mogelijk te maken in het kader van gemeentelijk cultuur beleid.
Veiligheidsvoorschriften
De VNCO heeft - in overleg met het Landelijk Netwerkwerk Brandpreventie - een circus(brandweer)boek ontwikkeld. Dit is een uitstekend instrument voor gemeentelijke ambtenaren om de veiligheid van bouwconstructie en de brandveiligheid te beoordelen.
Legeskosten
In een aantal gevallen worden door gemeenten legeskosten gevraagd voor het verstrekken van een vergunning. Overigens zijn er ook meerder gemeenten die in hun APV hebben opgenomen hiervoor geen legeskosten in rekening te brengen.
Op dit moment worden door enkele gemeenten ook al kosten in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor speelvergunning (ongeacht de eventuele toekenning). De VNCO is absoluut tegenstander van deze vorm van extra belasting.
Waarborgsom
Als zekerheidsstelling vragen gemeenten bij het verstrekken van een definitieve vergunning aan circussen nogal eens een waarborgsom. Het afgeven van een bankgarantie of iets dergelijks heeft voor circussen de voorkeur. Daarmee wordt voorkomen dat er erg veel geld voor langere periode uitblijft staan.
Wanneer toch een waarborgsom gevraagd wordt is het aan te bevelen in het beleid tevens op te nemen dat dit bedrag (wanneer er geen beroep op gedaan wordt) uiterlijk 14 dagen na de laatste speeldag teruggestort wordt.
Amersfoort, mei 2005